LEZING: Met hart en Ziel - Het ziel als hart

 

Kan dat nog? Met ‘hart en ziel’ of ‘in hart en nieren’ leraar zijn? Of, zoals ondergetekende, embryoloog en fenomenoloog? In een tijd dat ‘ziel’ is verworden tot hoofd en brein en dat het lichaam vanaf ongeveer de hals gereduceerd is tot een instrument van datzelfde brein? Marcel Proust zei destijds: ”Wat wij voor de toekomst nodig hebben, zijn geen nieuwe horizonten maar nieuwe ogen”. Voorlopig hebben we in genen, Higgs-boson-deeltjes, hersenen en het heelal horizonten genoeg om ons aan te vergapen en ons, als we niet oppassen, in te verliezen. En het harte-denken van de fenomenoloog dan? Hopeloos verouderd, achterhaald denken? Of misschien toch het oog, de blik, de attitude die we voor de toekomst juist nodig hebben en als leraren aan onze kinderen (ook) dienen mee te geven?

Het organisme, zo geeft Rudolf Steiner aan, is ook de leerschool of, zo men wil, het model voor hoe we onze samenleving dienen te organiseren, hoe we met elkaar en onze kinderen omgaan. Wat heeft de biologie over ons het hart te vertellen als we niet de gangbare bril van brein en positivistische wetenschap opzetten maar met invoelattitude van de hartewetenschapper, van de fenomenoloog kijken? Deze lezing wil het hartedenken herwaarderen aan de hand van de biologie van hart en ziel.

Misschien tot teleurstelling van Swaab c.s. is niet het overgewaardeerde brein het eerste of belangrijkste orgaan in onze lichaams- en zielenontwikkeling voor de geboorte maar is dat het hart. Of liever nog: het bloed, want het hart komt uit het bloed (niet: bloedsomloop) voort.

Het hart is ons eerste hoofd en dient dan ook stellig ons bewustzijn. Maar (nog) niet het heldere waakbewustzijn dat het later ontstane hoofd (met brein inderdaad) mogelijk maakt (niet: produceert). Misschien is dit harte-bewustzijn dus nog wel fundamenteler voor ons zielenbestaan dan dat van het brein. Nog steeds wijzen mensen niet met hun vinger naar het hoofd en zeggen het de moderne neuropsychologen na “Hier ben ik” maar leggen hun hand op hun hart en zeggen “Ik heb het gedaan”. Het hart als het hoofd van ons Midden. Het hart als bron van kennis en inzicht. Kan dat dan? Maar waar is dát hart, hoe ziet dat er uit, heeft een reguliere biologie daar weet van? Van dat hart dat in de leerling ‘aangesproken dient te worden, van het hart als ziel en bewustzijn? In deze lezing wil ik het embryo laten vertellen wat de wezenlijke betekenis van het hart is in ons organisme, op lichamelijk, psychologisch en geestelijk niveau: het hart als ziel.

Jaap (J.C.) van der Wal, arts (* 1947) is sinds 2012 gepensioneerd als universitaire hoofddocent voor anatomie en embryologie aan de universiteit van Maastricht; “Ik heb gewerkt als docent maar ook als wetenschappelijk onderzoeker. Zo ben ik in 1988 in Maastricht gepromoveerd op een proefschrift over bewegingszintuigen, samenhangend met een van mijn grootste interesses en zoekvragen, namelijk de vraag Wat beweegt ons? Mijn belangrijkste interessegebied is en blijft de embryonale ontwikkeling van de mens met alles wat daarmee samenhangt, zoals evolutie en genetica en dat alles in de context van mensbeeld en wetenschapsfilosofie. Vooral via de fenomenologische benadering van Goethe meen ik een brug te kunnen slaan tussen spiritualiteit en geesteswetenschap enerzijds en positivistische natuurwetenschap anderzijds. Thans ben ik volledig werkzaam als freelance docent bij diverse opleidingen in de hoek van de 'complementaire' geneeskunde, o.a. yogaopleidingen, opleidingen voor kunstzinnige therapie en voor zwangerschaps-begeleiding, maar ook voor osteopathie en craniosacraal-therapie. Ik geef wereldwijd cursussen Embryo in Beweging aan leken, aan professioneel geïnteresseerden als artsen, verloskundigen en andere therapeuten en schrijf regelmatig artikelen over bovengenoemde thema's.”